De Forensisch Medische Associatie Twente is een onafhankelijk en ongebonden initiatief van een aantal forensische artsen met het doel om kennis en expertise te bundelen op het gebied van de forensische geneeskunde.

De ontwikkelingen:

Sinds 1 januari 2010 mag de behandelend arts bij minderjarigen geen verklaring van overlijden meer afgeven zonder overleg met de gemeentelijk lijkschouwer.


Deze website Nederlandse websites Het Internet

Elke arts met belangstelling voor de forensische geneeskunde die een bijdrage wil/kan leveren aan ons initiatief nodigen wij uit om contact met ons op te nemen via een mail naar:

forum@fomat.nl

Op onze website is inmiddels een groot aantal artikelen en publicaties geplaatst die van belang zijn voor de beroepsuitoefening. Deze informatie kan geraadpleegd worden door collega's, opdrachtgevers en belangstellenden die de website bezoeken (zie o.a. bij 'Documentatie' in het menu). Ook proberen wij een zo compleet mogelijk overzicht te plaatsen van alle wetgeving die voor de beroepsuitoefening van belang is (zie bij 'Wetsartikelen' in het menu). We zetten daarmee onze gezamenlijke vakkennis, ervaring en specifieke deskundigheden in ten behoeve van de kennisverspreiding en het onderwijs over het vakgebied en de advisering van o.a. gemeente(n), politie en het openbaar ministerie.

Uit de reacties en de hoeveelheid bezoekers die we ontvangen blijkt dat er veel belangstelling is en behoefte aan voorlichting en toelichting over het vakgebied van de forensische geneeskunde waar zowel de medische inzichten als het wettelijk kader voortdurend kritische aandacht behoeven. Het vakgebied staat voor nieuwe uitdagingen door ingevoerde ingrijpende wetgevingsveranderingen en nog komende wetswijzigingen.

Terug naar begin van deze pagina

Actuele thema's

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie - sinds 1 januari 2013 definitief eindverantwoordelijk voor de 'nationale politie' - heeft op 28 augustus 2015 nogmaals ondubbelzinnig aangegeven niet meer te willen bijdragen aan de kosten van de forensisch (werkzame) arts als gemeentelijk lijkschouwer......
Van enige verandering van 'bevoegdheden' of taakverschuivingen in het vakgebied is geen sprake.
Het pleidooi voor een betere omschrijving van de bevoegdheden van de gemeentelijk lijkschouwer op 12 november 2015 in Medisch Contact heeft niet veel reactie vanuit de politiek tot gevolg gehad. Op 17 februari 2016 deelden twee bijzonder hoogleraren hun zorgen over de staat van het vakgebied.
Op 2 november 2016 werd een plan gepresenteerd voor de opleiding tot Forensisch Geneeskundig Specialist (FGS).

De taak van de 'gemeentelijk lijkschouwer' dient grondig te worden herzien. De 'wenselijkheid' van een landelijk protocol voor de lijkschouw werd op 24 november 2014 voor het eerst via Kamervragen aan de orde gesteld. Het niet erg overtuigende antwoord op de vragen verscheen op 12 februari 2015. Van een werkgroep, ingesteld om te komen tot één landelijke procesbeschrijving, werd in het jaar 2015 niets meer vernomen. Het is de vraag of de signalen uit een in augustus 2015 verschenen publicatie zullen doordringen tot de verantwoordelijke politici en daarna worden opgepakt door beleidsmakers. In een radiouitzending over deze publicatie op 22 oktober 2015 werd geen enkele aandacht besteed aan het bestaan van een werkgroep voor de 'procesbeschrijving'...
Op 8 februari 2016 verscheen een nadere toelichting op de handreiking lijkschouw van de KNMG uit 2005 (!) voor behandelend artsen.
Op 25 februari 2016 werden in Medisch Contact vraagtekens geplaatst bij de toegevoegde waarde van de gemeentelijk lijkschouwer in de afhandeling van euthanasie.
Op 16 maart 2016 werd de Richtlijn Lijkschouw, waarvan in december 2014 de geldigheid reeds was verstreken, van de website van het FMG verwijderd. Een herziene 4e versie van deze richtlijn werd op 29 april 2016 geplaatst. Van een grondige herziening bleek geen sprake.
Op 19 mei 2016 verscheen het Adviesrapport Landelijke Procesbeschrijving “Onderzoek plaats overlijden/vinding” over hoe de samenwerking van de forensisch (werkzame) arts, de Forensische Opsporing (FO) van de politie en het OM idealiter zou moeten verlopen....

Zowel een voorziene en onvoorziene (dodelijke) complicatie van het medisch (be)handelen leidt altijd tot twijfel aan een natuurlijk overlijden. Een heropening van de discussie over de medische exceptie leek aanstaande, maar kwam niet tot stand. Helaas bestaan hierover nog steeds - zelfs bij veel forensisch (werkzame) artsen - vaak misverstanden........
Het aantal sterfgevallen als gevolg van medische (be)handelingen bleek in 2012 in Nederland zelfs te zijn gedaald naar 17 gevallen per jaar. De cijfers over het jaar 2013 vertoonden een stijging naar meer dan 50 gevallen per jaar. Op 30 juni 2016 verschenen de cijfers over het jaar 2015.
Op 4 september 2015 ging de Minister van VWS, bij de beantwoording van Kamervragen, in op de rol van de forensisch (werkzame) arts als gemeentelijk lijkschouwer bij het overlijden in zorginstellingen. Op 4 november 2015 kwam in een televisie uitzending naar voren dat dodelijke complicaties als gevolg van medisch (be)handelen niet altijd als calamiteit worden gemeld bij de IGZ. Hernieuwde aandacht voor het onderwerp forceerde de Minister van VWS op 29 mei 2016 er toe om aan te geven dat een betere omschrijving van het begrip calamiteit gewenst zou zijn.

De dubbele verantwoordelijkheid van de Burgemeester in de functie van 'korpsbeheerder van de Politie' voor de benoeming van gemeentelijk lijkschouwers en voor de arrestantenzorg, is definitief sinds 1 januari 2013 verdwenen door de invoering van de Politiewet 2012.

Nieuwe ontwikkelingen met een veranderend werkveld door een toenemende inzet van forensisch verpleegkundigen zijn aanstaande, evenals een ingrijpende regionale herschikking in het vakgebied. Op 20 mei 2015 werd bekend dat - door problemen met de aanbesteding van speekseltesters en een daaraan gekoppelde wijziging van de regeling voor de bloedafname ex artikel 8 WVW - pas medio 2016 een verandering te verwachten was. In augustus 2016 werd bekend dat de introductie van een speekseltest opnieuw wordt uitgesteld omdat de aanbesteding niet rond komt. De Minister van VenJ streeft er nu naar om de test medio 2017 in te voeren. Evenals middelenonderzoek via een uitbreiding van het Wetboek van Strafvordering. Onderzoek van urine wordt in 2017 afgeschaft.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie had op 8 september 2014 een nationale aanbesteding uitgeschreven voor de forensisch-medische zorg en forensisch-medisch onderzoek in elk van de tien ontstane politieregio's. De termijn voor de inschrijving werd meerdere keren verlengd en liep af op 2 februari 2015. Over de systematiek van de aanbesteding werden op 20 februari 2015 Kamervragen gesteld die op 26 maart 2015 door de Minister van VenJ werden beantwoord. Op 15 april 2015 werd de voorlopige gunning door de Politie bekend gemaakt; de definitieve uitvoerders zouden in mei 2015 openbaar gemaakt worden. Op 29 mei 2015 werd bekend dat de de vereiste documenten binnen de daarvoor wettelijk gestelde termijn, door de partijen aan wie voorlopig was gegund, niet overlegd konden worden. De definitieve gunning liep daardoor vertraging op en de politie stopte op 3 juli 2015 geheel met de aanbesteding, die voor 2016 en 2017 nu zelfs totaal blijkt te zijn verdwenen.
Op 21 juli 2016 werd bekend dat het NIVEL is gestart met een zeer uitgebreide inventarisatie voor een Onderzoekscommissie over het aanbod en de beschikbaarheid van forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg. Dit onderzoek moet in november 2016 zijn afgerond.

Uit het Rapport van de Gezondheidsraad van 25 april 2013 bleek dat een verontrustend hoog aantal van maar liefst 115 (!) forensisch (werkzame) artsen (een derde deel van de beroepsgroep), na afloop van een driejarige overgangsregeling, géén interesse meer zou tonen voor registratie in een register. Het tijdig verrichten van de verplichte lijkschouw bij gevallen van euthanasie komt hierdoor onder druk te staan. De euforie over dit Rapport op 7 mei 2013 door het Forensisch Medisch Genootschap (FMG) was volkomen misplaatst. Anderhalf jaar na het verschijnen werd een conclusie uit dit Rapport door het Ministerie van Veiligheid en Justitie ernstig in twijfel getrokken. Ook plaatste dit Ministerie vraagtekens en twijfel bij de discussie over de kwaliteit van de lijkschouw(er), die leidde tot vele Kamervragen....
In de jaren 2012 en 2013, en ook in 2014, werd een toename van aantal niet-natuurlijke sterfgevallen waargenomen.

Het op 12 juni 2013 naar buiten gebrachte standpunt van de KNMG over levensbeëindiging van pasgeborenen met zeer ernstige afwijkingen bleek zeer veel discussie op te roepen. Op 31 juli 2013 werd op de Nederlandse televsie een zeer diepgaande en belangwekkende documentaire uitgezonden over de problematiek. Op 27 september 2013 verscheen het lang verwachte evaluatierapport centrale deskundigencommissie bij late zwangerschapsafbreking en levensbeeindiging bij pasgeborenen. Uit het evaluatie rapport op pagina 111: "Het onderzoek levert aanwijzingen dat de daartoe benodigde kennis bij de gemeentelijk lijkschouwers niet altijd aanwezig is." Het is niet bekend, en werd in het rapport ook niet onderbouwd, waarop deze observatie berustte.....
Op 18 september 2015 verscheen de reactie van de commissie op het evaluatierapport waarin een wijziging van de regelgeving werd voorgesteld. Op 1 februari 2016 is de gewijzigde regeling in werking getreden.

Op 11 juli 2013 verscheen over de lijkschouw in Medisch Contact een wel zeer opmerkelijke uitspraak van het Centraal Tuchtcollege.
Het gebrek aan kennis bij ambtenaren van Politie en het Openbaar Ministerie over de niet-natuurlijke dood, en de consequenties die hieraan (vooral niet) verbonden dienen te worden, begon in 2014 zorgelijke vormen aan te nemen. De anwoorden op de Kamervragen over de postmortale DNA-afname bij niet-natuurlijk overlijden, op 12 februari 2015, illustreerden dit opnieuw...

Door een wijziging in de Ambtsinstructie voor de Politie is een nieuwe bevoegdheid voor de 'nationale korpschef', c.q. via mandatering van de tien regionale 'politiechefs', ontstaan voor de arrestantenzorg. De vroegere bepalingen in artikel 16a van het Besluit beheer regionale Politiekorpsen zijn sinds 1 januari 2013 opgenomen in een nieuwe "Regeling beheer politie" (onder Hoofdstuk 6: Ingeslotenen). Het ontbreken van een professioneel statuut voor de forensische (werkzame) arts wordt nu pijnlijk (!) voelbaar. In het Rapport van de Gezondheidsraad van 25 april 2013 kwam dit niet eens ter sprake.....

Volgens een mededeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, mede namens de Minister van VWS (*), zouden naar verwachting sinds 1 januari 2013 voldoende opgeleide forensisch artsen in een register ingeschreven staan.
(*) Bevestiging hiervan door Bestuur van FMG echter (nog steeds) niet verschenen......

De ongelukkige titelkeuze voor het Voorjaarssymposium van het FMG in 2013 getuigde niet van veel gevoel voor de, defintitief sinds 1 januari 2013, ontstane realiteit. De redenen om de inhoud van de lezingen alleen voor leden te publiceren bleven onduidelijk. Geheel onduidelijk is waarom het 'collectief geheugen' van de beroepsgroep tot 2012 van de website van het Forensisch Medisch Genootschap (FMG) werd verwijderd.....

Op 5 december 2012 werd een discussie gestart over een eventuele aanpassing van de Wet op de lijkbezorging. Onder artsen blijkt een interpretatieverschil te bestaan over het begrip "niet-natuurlijke dood". Er zou daarom meer voorlichting over de definitie en procedures bij niet-natuurlijke dood en meer scholing in het doen van een lijkschouw moeten komen. Op 21 maart 2013 zag de Minister van VWS in een brief over de patiëntveiligheid daartoe echter geen noodzaak en wees op de twee projecten van ZonMw met dit doel. Op 17 juni 2013 gaf de Minister van VWS in een nota-overleg nogmaals aan weinig heil te zien in een wijziging of aanpassing van de Wet op de lijkbezorging.

Op 10 februari 2015 werden mondelinge Kamervragen gesteld aan de Minister van Justitie over het geringe aantal klinische obducties in Nederland. De Minister, die benadrukte dat er voldoende capaciteit aanwezig is bij het NFI, zegde toe dat hij dit nader zou bestuderen...
Op 31 maart 2015 schreef de Minister een brief met reactie op een artikel over autopsies naar de Tweede Kamer. Dit leidde tot hernieuwde Kamervragen die op 9 juni 2015 werden beantwoord.

Op 11 september 2014 verscheen een uiterst merkwaardig voorstel tot wijziging van de Politiewet 2012 in de Staatscourant. Op 7 april 2015 heeft de Eerste Kamer het voorstel als hamerstuk afgedaan. Het betreft een mogelijkheid voor de Officier van Justitie om te bepalen dat een arts of verpleegkundige een onderzoek zou moeten gaan verrichten in het lichaam van een ingesloten persoon.
De forensisch arts is geen buitengewoon opsporingsambtenaar met een geweldsinstructie....

Terug naar begin van deze pagina

De ondergang van de NODO-procedure

In het jaar 2012 overleden 1.080 minderjarigen. De misleidende opvatting dat de NODO-procedure zou bijdragen aan de opsporing en vervolging van (fatale) kindermishandeling is intussen achterhaald. De essentie van de wetgeving bleek zelfs functionarissen bij de Politie totaal te zijn ontgaan. De falende implementatie van een overbodige wetgeving werd langzaam duidelijk.
Op 1 januari 2013 werd de behandelend arts bij het overlijden van minderjarigen verplicht het wettelijk voorgeschreven overleg met de gemeentelijk lijkschouwer aan te geven volgens een gewijzigde tekst van de A-verklaring van overlijden.
Door regionale gezondheidsdiensten werd echter vrijwel geen of zeer summiere informatie verstrekt over de NODO-procedure en/of de plicht tot overleg bij het overlijden van minderjarigen. Op de website van GGD-Amsterdam werd tot 13 juni 2013 gezwegen over overleg en de NODO-procedure. Op 26 juni 2013 presenteerde de FARR in Rotterdam als enige de juiste en accurate informatie....

Het werd duidelijk dat bij behandelend artsen (en eveneens bij een groeiend aantal forensisch artsen) onvoldoende draagvlak bestond. Ook bestonden misverstanden over de inzet. De eerste jurisprudentie ontstond op 11 december 2012. Een volkomen overdreven 'forensische' aandacht voor de 'mechanism of death' leidde op 2 januari 2013 tot een groot aantal uiterst kritische Kamervragen.
In de "Factsheet NODO-procedure" van het Ministerie werd een apert onjuiste opmerking over de correcte gang van zaken geplaatst. Onder de 'regie' van het Ministerie van Veiligheid en Justitie kwam, een jaar en drie maanden na de invoering op 1 oktober 2012, een totale ondergang van de NODO-procedure in beeld.....
Tijdens een Symposium van de KNMG op 23 april 2013 werden na een half jaar de eerste conclusies reeds duidelijk. Volgens de cijfers van het CBS bleek aanvankelijk een verdere daling te zijn opgetreden van het zgn. 'onverklaard overlijden' van minderjarigen in 2012. Mogelijk was dit het eerste effect van de sinds 1 januari 2010 ingevoerde plicht tot overleg. Aanvankelijk meldde het CBS dat in 2013 - hét jaar van de NODO-procedure... - een forse stijging van het 'onverklaard' overlijden in de groep van 0-jarigen opgetreden zou zijn. Op 16 februari 2016 werden de cijfers gecorrigeerd.

De harde lessen begonnen in de loop van 2013 eerst mondjesmaat maar later ook duidelijk door te dringen tot de ambtenaren bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.....
Het budget voor het jaar 2014 voor de NODO-procedure werd, reeds vooruitlopend (?) op de evaluatie, al drastisch verlaagd. De aangekondigde evaluatie bood de definitieve duidelijkheid. In een brief naar de Tweede Kamer op 16 december 2013 deelde de Staatssecretaris van VWS (en niet die van Veiligheid en Justitie.........) mee dat de deelnemende organisaties naar aanleiding van de opgedane ervaringen en de uitkomsten van de evaluatie aangegeven hadden om per 1 januari 2014 te stoppen met de uitvoering van de NODO-procedure in de huidige vorm.
Voortzetting van het "NODO-experiment" na 1 januari 2014, alleen en uitsluitend nog op kosten van het Ministerie van VWS, werd uitermate onwaarschijnlijk. In een verslag, gepubliceerd 12 maart 2015, van een schriftelijk overleg deelde de Minister mee dat onder stricte voorwaarden het Ministerie van VWS bereid is om iets te doen aan de randvoorwaarden voor het nader onderzoek. De Minister van VWS op 12 maart 2015: "Op dit moment werkt het veld aan de multidisciplinaire richtlijn die in juni 2015 gereed zal zijn". Bij de vaststelling van de begrotingsstaten voor het jaar 2016 van het Ministerie van VWS werd hieraan geen enkele aandacht meer besteed. Het jaar 2015 is inmiddels verstreken. In de Handreiking (niet-)natuurlijke dood van de KNMG van 8 februari 2016 werd in een voetnoot gemeld dat informatie over dit 'nader onderzoek' nog niet beschikbaar was.
In de Richtlijn Lijkschouw, waarvan op 29 april 2016 een herziene 4e versie werd geplaatst, werd de NODOK procedure weer vermeld. In 2015 overleden 894 minderjarigen.

Op 30 juni 2016 stuurde de Minister van VWS een Subsidieregeling NODOK naar de Tweede Kamer. De subsidie zal worden gebaseerd op de zgn. multidisciplinaire richtlijn NODOK, opgesteld onder coördinatie van leden van de Nederlandse Vereniging voor de Kindergeneeskunde, waarin de procedures staan omschreven voor het verrichten van nader onderzoek naar de doodsoorzaak van kinderen. Een subsidie wordt pas achteraf verstrekt indien dat onderzoek uitsluitend werd verricht op schriftelijk verzoek van de ouder of ouders, dan wel voogd of voogden, die bekleed waren met het (ouderlijk) gezag. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2016 en vervalt met ingang van 1 augustus 2018.
De financiering van de rol van een forensisch arts bij de NODO(K) is nog onduidelijk

Sinds 8 april 2015 blijkt het Ministerie van Veiligheid en Justitie een nascholing voor forensisch (werkzame) artsen via het NFI te financieren teneinde een betere herkenning van gevallen van kindermishandeling te bereiken. De Forensische Poliklniek Kindermishandeling (FPKM) blijkt zich echter niet helemaal te kunnen verenigen met de rol die het Ministerie van VenJ heeft toebedeeld aan het NFI.

Terug naar begin van deze pagina

De kennis....

Kennis is geen exclusief 'eigendom' van de leden van de associatie. Deze kennis behoort openbaar te zijn en wordt daarom door ons gedeeld met eenieder die hiervan gebruik wil maken. Via deze website willen we een bijdrage leveren aan de ordening van deze kennis die daarmee voor iedereen en overal beschikbaar en direct toegankelijk is. Het meest opgevraagd: We zullen onze informatie ook toenemend gaan toespitsen op bepaalde doelgroepen die in de praktijk regelmatig met het werk van de forensisch arts te maken krijgen zoals politie-ambtenaren, celwachten en arrestantenverzorgers, huisartsen, ziekenhuisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, ambulancediensten, verpleegkundigen, obductie-assistenten, gemeenteambtenaren, medewerkers van justitie, etc. De eerste publicaties in de vakliteratuur zijn inmiddels verschenen en andere worden voorbereid.
Vanzelfsprekend worden alle ontwikkelingen die zich voordoen binnen en rondom het vakgebied door ons nauwgezet gevolgd. De site wordt regelmatig geactualiseerd en aangepast aan de richtlijnen sinds 1 januari 2011. Onze vaste bezoekers hebben dit reeds opgemerkt.

We heten u nog steeds, en als vanouds, van harte welkom met dank voor al uw (zéér gewaardeerde) reacties en opmerkingen.



Terug naar begin van deze pagina