Bron: Psychoseplein
(enkele extra accentueringen toegevoegd door de FOMAT)

De Wet BOPZ nader uitgelegd

(de "gedwongen opname")

De wet gaat over afzienbare tijd veranderen. De FOMAT volgt deze ontwikkelingen en zal u via de website op de hoogte houden. Voorlopig blijft de huidige wetgeving van kracht. Als iemand ernstig psychotisch is zonder onder behandeling te zijn, kan dat nare gevolgen hebben. Hij/zij kan zich bijvoorbeeld verwaarlozen, anderen of zichzelf geweld aandoen, onhandelbaar worden en wat dies meer zij. De situatie kan 'gevaarlijk' worden, als er niet wordt ingegrepen.
  • Terug naar begin
  • Met name psychotische mensen zijn er doorgaans niet van te overtuigen dat zij hulp nodig hebben. Als gevolg van hun psychoses ontberen zij vaak enig ziektebesef, of zijn zij praktisch onbereikbaar: de patiënt leidt bijvoorbeeld een zwervend bestaan of weigert iedere vorm van contact omdat hij anderen als een bedreiging ervaart in zijn waan.
    Er rest ons dan vaak weinig anders dan een opname af te dwingen. Het is de Wet BOPZ, de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen, die dit mogelijk moet maken. In datzelfde wettelijk kader treffen we echter ook veel beperkingen aan; het is beslist moeilijk zo'n kwetsbare patiënt opgenomen te krijgen .

    De wet kent twee procedures om een gedwongen opname te bewerkstelligen, die verderop op deze pagina worden beschreven:

      Als er sprake is van een acute situatie (de patiënt dreigt bijvoorbeeld zichzelf of een ander te vermoorden, of slaat ergens de boel kort en klein), bestaat er de mogelijkheid van een spoedprocedure: de zogeheten
    • Inbewaringstelling (IBS)
    • .
      De patiënt kan binnen 24 uur worden opgenomen, ook al heeft het dan nog een voorlopig karakter.

      Voor minder nijpende kwesties is er de weg van de
    • Rechterlijke Machtiging (RM)
    • .
      Er is wat meer tijd om de noodzaak van een opname te beoordelen. De rechter heeft daardoor de gelegenheid verschillende betrokkenen 'te horen', met de bedoeling tot een beter gefundeerde afweging te komen.
  • Terug naar begin
  • De vijf criteria

    In beide procedures (IBS en RM) hanteert de rechterlijke macht vijf criteria om de opnameplicht te beoordelen. Het begrip gevaar staat daarbij centraal, maar alle vijf criteria moeten aantoonbaar gelden.
    1. de patiënt vormt een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving;
    2. dit gevaar houdt verband met een stoornis van de geestvermogens;
    3. het gevaar is niet af te wenden door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis;
    4. de patiënt geeft geen blijk van de nodige bereidheid tot opname;
    5. de patiënt ouder is dan 12 jaar.

    Bij een spoedprocedure gelden licht afwijkende regels:
    De burgemeester zelf kan tot IBS gelasten als het gevaar (eerste criterium) zo onmiddellijk en dreigend is dat de vordering van een RM niet kan worden afgewacht.
    Bovendien hoeft de burgemeester nog geen zekerheid te hebben van de geestelijke stoornis (tweede criterium); een 'ernstig vermoeden' daarvan is in dit stadium voldoende. Voor de voortzetting van een IBS checkt de officier van justitie dit uiteraard wel.

    De genoemde criteria gelden in licht afwijkende vorm ook voor een aantal andere toetsingsmomenten: bij een eventuele voortzetting van de IBS, een eventuele voortzetting van de RM, de machtiging op eigen verzoek, en bij voorlopig ontslag.

    Er is in elk geval een geneeskundige verklaring nodig om de geestesstoornis en het verband met (dreigend) gevaar aan te tonen.

  • Terug naar begin
  • Gevaar

    Aangaande het gevaarscriterium noemt het Besluit Administratieve Bepalingen BOPZ acht redenen voor (gedwongen) opname. Dit betreft situaties waarbij de patiënt:
    1. zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt;
    2. maatschappelijk ten onder gaat;
    3. zichzelf ernstig zal verwaarlozen;
    4. door zijn hinderlijk gedrag agressie van anderen tegen zichzelf zal oproepen;
    5. een ander van het leven zal beroven of hem ernstig letsel zal toebrengen;
    6. de psychische gezondheid van een ander schaadt;
    7. een ander die nog aan zijn zorg is toevertrouwd zal verwaarlozen;
    8. gevaar veroorzaakt voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

    Hij kan dus een gevaar voor zichzelf zijn, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

  • Terug naar begin
  • Het verzoek

    Het is de Officier van Justitie die een verzoek om een RM indient en de rechter die hierover beslist.
    Het is de Burgemeester die tot een IBS besluit; de officier van justitie en de rechter moeten dit vervolgens bekrachtigen.

    De vraag is in beide gevallen wie er bij hen op aandringt.

    • Idealiter gebeurt dat door hulpverleners, uit zichzelf of op verzoek van de familie.
    • De familie kan het natuurlijk ook zelf doen, maar dat komt de vaak toch al kwetsbare relatie met de patiënt doorgaans niet ten goede.
    • Soms zijn het 'buitenstaanders' die om gedwongen opname verzoeken: de politie bijvoorbeeld, of de woningbouwvereniging na klachten uit de buurt.

    Het is in de wet zo geregeld dat de familie ook zelf direct om een RM mag verzoeken, net als de officier van justitie. De familie heeft wat dat betreft een andere status dan hulpverleners: artsen en psychiaters mogen geen verzoek indienen, maar kunnen de officier van justitie vragen of híj dat ambtshalve ('op eigen initiatief') wil doen.

    Dit laatste staat de familie natuurlijk ook vrij.

  • Terug naar begin

  • Inbewaringstelling (IBS)

    De Inbewaringstelling (IBS) is een spoedprocedure om iemand in een acute crisissituatie gedwongen op te kunnen nemen. Dit betekent dat er sprake is van gevaar en er geen tijd is voor een Rechterlijke Machtiging (RM. Met een IBS is het in principe mogelijk iemand binnen 24 uur opgenomen te krijgen.

    De feitelijke procedure nog eens op een rij.

    Criteria

    Een gedwongen opname kan pas plaatsvinden als de vijf criteria gelden die de Wet BOPZ stelt. Een spoedprocedure kan bovendien alléén plaatsvinden als het gevaar zo onmiddellijk en dreigend is dat de vordering van een RM niet kan worden afgewacht.

    De aanvraag

    Wie mogen er om een IBS verzoeken?
    • Dit kan alleen door de burgemeester bij schriftelijke beschikking worden gedaan.
    • Wel kan de burgemeester deze bevoegdheid aan een wethouder overdragen. De burgemeester blijft in dat geval echter zelf verantwoordelijk.

    Eenieder kan de burgemeester op de hoogte stellen van het eventuele (dreigende) gevaar dat de patiënt oplevert. De familie kan dit zelf doen, maar ook hulpverleners of 'buitenstaanders'.

    De 'verzoekers' moeten zich richten tot de burgemeester van de plaats waar het gevaar dreigt, of waar dat zich reeds voltrekt.

    Geneeskundige verklaring

    In de praktijk zal eerst een arts of psychiater proberen de betrokkene te onderzoeken. De last tot een IBS kan namelijk pas gegeven worden als de burgemeester over een geneeskundige verklaring beschikt. Als onderzoek van de patiënt niet mogelijk is, moet de beoordelend arts op verhalen en ervaringen van anderen varen; daarom is in de wet 'een ernstig vermoeden' van de stoornis al voldoende.

    Uit de verklaring moet op zijn minst blijken dat zo'n ernstig vermoeden van een 'stoornis der geestesvermogens' bestaat. Er moet ook in worden aangetoond dat de betrokkene acuut gevaar veroorzaakt (of dreigt te veroorzaken), dat niet zonder personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. De arts of psychiater moet bovendien een duidelijk verband tussen het (dreigend) gevaar en de stoornis aangeven.

    Deze verklaring moet zo mogelijk van een 'onafhankelijk' arts of psychiater komen, een deskundige die niet bij de behandeling van de patiënt is betrokken. Deze overlegt zo mogelijk eerst met de huisarts en de behandelend psychiater. Als dat niet mogelijk is, vermeldt hij de reden daarvan in de verklaring.

    De uitvoering

    Als de burgemeester een IBS uitschrijft moet de patiënt binnen 24 uur worden opgenomen (voorlopig), en krijgt hij een advocaat toegewezen (vanaf het moment dat de beschikking wordt gegeven). Per gemeente is geregeld wie de IBS moet uitvoeren. Vaak is dat de GGD of Crisisdienst; volgens de wet moet het in ieder geval gebeuren door 'personen met kennis van de zorg voor geestelijk gestoorden'.

    De burgemeester stuurt intussen alle gegevens onmiddellijk naar de officier van justitie. Bovendien licht hij de echtgenoot, de wettelijk vertegenwoordiger en de naaste familieleden zo mogelijk in over de opname. Ook de inspecteur moet meteen een afschrift van de beschikking ontvangen.

    De officier van justitie neemt de zaak vanaf hier over. Hij toetst of het gevaar werkelijk aanwezig is; dat geldt ook voor de andere criteria. Uiterlijk een dag na ontvangst van de stukken besluit hij over de voortzetting van de IBS.

    De rechter beslist daar binnen drie dagen over. Hij zal van een aantal betrokkenen willen horen hoe de situatie precies in elkaar zit. Hij laat zich eventueel voorlichten door de verzoeker, de familie, de behandelend arts of psychiater, andere getuigen en deskundigen, maar sowieso door de patiënt zelf. De rechter moet hem in het ziekenhuis opzoeken, tenzij de patiënt daar echt niet toe bereid is. Alleen de patiënt zelf kan laten weten dat hij niet mee wil werken; het is niet voldoende als een familielid of kennis dit de rechter laat weten.

    De rechter bepaalt welke mensen daadwerkelijk gehoord worden. Dat kunnen natuurlijk ook mensen zijn waar de patiënt om gevraagd heeft.

    Het is niet mogelijk tegen de beslissing in hoger beroep te gaan.

    Opname en daarna

    In uiterlijk vijf werkdagen is dus duidelijk of de IBS wordt voortgezet. Als er een weekeind of feestdagen tussen zitten, kan dit dus nog wat uitlopen. Als de communicatie tussen burgemeester, officier van justitie en/of rechter per post verloopt, kan het uiterlijk zeven dagen duren.

    De opname van een IBS zal vanaf de rechterlijke bekrachtiging drie weken duren. Daarna kan natuurlijk ontslag volgen, of krijgt de behandeling een vrijwillig karakter.

    Voor het einde van de geldigheidsduur van een IBS kan de officier van justitie echter ook een vordering tot een RM indienen. In dat geval mag de patiënt niet worden ontslagen in de drie volgende weken die de rechtbank nodig heeft om over dit verzoek te beslissen. Samen met deze voortzetting kan de totale IBS dus ruim zes weken duren.

    Voor de eventuele vordering van een RM moeten de criteria opnieuw worden getoetst. De volledige procedure moet worden doorlopen. De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis moet de geneeskundige verklaring opmaken. Bovendien moet de officier een afschrift van het behandelplan kunnen overleggen, en gegevens over de eventuele toepassing van dwangbehandeling. Mochten er stukken ontbreken, moet de reden daarvan worden aangegeven.

    De vordering moet worden ingesteld bij de rechtbank van het arrondissement waarin het ziekenhuis ligt. Dit kan dus in een andere plaats zijn dan de woonplaats van de patiënt.

    Ook tegen de nieuwe uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

  • Terug naar begin
  • Rechterlijke Machtiging (RM)

    De Rechterlijke Machtiging (RM) wordt gebruikt wanneer een gedwongen opname nodig is, maar er geen sprake is van een acute crisissituatie. Het traject van de RM verloopt wat trager; een gedwongen opname kan daarna ook langer duren.

    De feitelijke procedure op een rij.

    Criteria

    Een gedwongen opname kan alléén plaatsvinden als de vijf criteria gelden die de Wet BOPZ stelt. Het gevaar is bovendien niet zo onmiddellijk en dreigend dat eigenlijk een spoedprocedure (IBS) moet plaatsvinden.

    De aanvraag

    Wie mogen er om een RM verzoeken?
    • Dat kan de officier van justitie zelf op eigen initiatief doen, 'ambtshalve' heet dat.
    • Maar ook de familie kan dat doen. Het begrip familie moet daarbij ruim worden opgevat. De wet BOPZ hierover:
      • de echtgenoot of degene die een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft met de patiënt;
      • elk meerderjarige familielid in de rechte lijn en in de zijlijn tot en met de tweede graad. Dat wil zeggen geen schoonfamilie, maar wel directe ooms of tantes, kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, broers of zusters;
      • de voogd of curator.

    Anderen, hulpverleners en 'buitenstaanders', kunnen de officier van justitie wel vragen om 'ambtshalve' een vordering bij de rechter in te stellen. Formeel ligt het initiatief dan dus bij de officier, terwijl feitelijk anderen hem daar om verzoeken. Dat is meestal de weg waarlangs een vordering verloopt.
    Ook als de patiënt al opgenomen is, maar niet langer mee wil werken, moet de gehele procedure worden doorlopen. Het is dus niet voldoende dat artsen aangeven dat het nodig is dat persoon in kwestie opgenomen blijft.

    De 'verzoekers' moeten zich richten tot de officier van justitie van de rechtbank in het arrondissement van de werkelijke woon- of verblijfplaats van de patiënt. Als de patiënt al in behandeling was, telt de vestigingsplaats van het ziekenhuis waarin die behandeling plaatsvond.

    Over het familieverzoek is nog op te merken dat de officier in voorkomend geval verplicht is een vordering bij de rechter in te stellen; dat geldt niet als anderen hem daar om verzoeken. De officier kan het familieverzoek alleen weigeren als hij van mening is dat het verzoek kennelijk ongegrond is, of wanneer in het voorafgaande jaar al een vordering over dezelfde persoon werd afgewezen en uit het verzoek geen nieuwe feiten blijken.

    Geneeskundige verklaring

    Om de 'stoornis der geestesvermogens' aan te tonen moet het verzoek of de vordering vergezeld gaan van een geneeskundige verklaring. Hierin moet ook worden aangetoond dat de betrokkene gevaar veroorzaakt (of dreigt te veroorzaken), dat niet zonder personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. De arts of psychiater moet bovendien een duidelijk verband tussen het (dreigend) gevaar en de stoornis aangeven.

    Deze verklaring moet van een 'onafhankelijk' arts of psychiater komen, een deskundige die niet bij de behandeling van de patiënt is betrokken. Deze overlegt zo mogelijk eerst met de huisarts en de behandelend psychiater. Als dat niet mogelijk is, vermeldt hij de reden daarvan in de verklaring.

    Wanneer de patiënt al in een ziekenhuis was opgenomen, moet de geneesheer-directeur (verantwoordelijke arts) de verklaring afgeven.

    De verklaring mag niet meer dan vijf dagen oud zijn.

    De uitvoering

    Wanneer al deze stappen zijn gezet, stelt de officier bij de rechter een vordering in tot het verlenen van een machtiging. De rechter voegt betrokkene dan een raadsman toe.

    De rechter zal van een aantal betrokkenen willen horen hoe de situatie precies in elkaar zit. Hij laat zich voorlichten door de verzoeker, de familie, de behandelend arts of psychiater, andere getuigen en deskundigen, maar ook door de patiënt zelf. De rechter moet hem eventueel in het ziekenhuis opzoeken. Alleen de patiënt zelf kan laten weten dat hij niet mee wil werken; het is niet voldoende als een familielid of kennis dit de rechter laat weten.

    De rechter bepaalt welke mensen daadwerkelijk gehoord worden. Dat kunnen natuurlijk ook mensen zijn waar de patiënt om gevraagd heeft.

    Er volgt 'zo snel mogelijk' een beslissing. Wanneer de patiënt al in een ziekenhuis was opgenomen, is deze termijn op maximaal drie weken gesteld.

    Het is niet mogelijk tegen de beslissing in hoger beroep te gaan.

    Opname en daarna

    Binnen twee weken na het besluit van de rechter moet de patiënt opgenomen zijn (daarna is de machtiging niet meer geldig). Daarom heeft de officier van justitie de bevoegdheid een ziekenhuis eventueel te dwingen tot opname.
    In de praktijk is het de vraag of een officier dat zal doen als het ziekenhuis vol is. Dat zou betekenen dat iemand anders naar huis gestuurd moet worden.
    De regeling is beduidend minder mooi dan hij lijkt. In de praktijk zal een officier van justitie waarschijnlijk niet eens aan een vordering beginnen wanneer er geen plaats beschikbaar is voor een opname.

    De opname via een RM kan maximaal zes maanden duren (de rechter kan ook een kortere termijn voorschrijven). Daarna of eerder kan natuurlijk ontslag volgen, of krijgt de behandeling een vrijwillig karakter.

    De periode kan echter ook worden verlengd, mits de criteria nog steeds van toepassing zijn. Zo'n eventuele machtiging tot voortgezet verblijf heeft een geldigheidsduur van maximaal een jaar. Als de patiënt uiteindelijk al meer dan vijf jaar (ononderbroken) in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, kan de periode worden verlengd met steeds twee jaar.

    Ook voor deze verlenging is het de officier van justitie die de vordering in moet stellen. Hij doet dit in de vijfde of zesde week voor de afloop van de lopende machtiging. De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis moet nu de geneeskundige verklaring opmaken. Bovendien moet de officier een afschrift van het behandelplan kunnen overleggen, en gegevens over de eventuele toepassing van dwangbehandeling. Mochten er stukken ontbreken, moet de reden daarvan worden aangegeven.

    De vordering moet worden ingesteld bij de rechtbank van het arrondissement waarin het ziekenhuis ligt. Dit kan dus in een andere plaats zijn dan de woonplaats van de patiënt.

    Ook tegen de nieuwe uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

  • Terug naar begin


  • Een belangrijke opmerking ten slotte:

    Een gedwongen opname betekent nog niet dat er sprake kan zijn van gedwongen behandeling! Dit mag natuurlijk niet tot gevolg hebben dat de patiënt alleen maar wordt 'weggeborgen', zonder uitzicht op enige verandering.

    Let op:
    Een 'gedwongen behandeling' is alleen maar, en onder zeer strenge voorwaarden, mogelijk in het kader van een zgn. TBS maatregel die door de rechter wordt opgelegd. Voor wie het allemaal ook in de wet wil nalezen (nu die nog in de huidige vorm bestaat):
    Terug naar begin van deze pagina