Bron: o.a. wikipedia.nl met aanvullingen door de FOMAT.

Verslavingszorg


In Nederland zijn verschillende gespecialiseerde instellingen actief binnen de verslavingszorg. De meest bekende is de Jellinek (Amsterdam en het Gooi). Ook De Grift (Gelderland, deel Utrecht en Limburg),), het Boumanhuis (in en rond Rotterdam en Dordrecht), Centrum Maliebaan (provincie Utrecht), Verslavingszorg Noord Nederland (Groningen, Friesland, Drente), de Brijder Verslavingszorg (Noord-Holland, behalve A'dam en 't Gooi) zijn bekend.
De instelling voor verslavingszorg in onze regio is TACTUS (Apeldoorn, Deventer en Zutphen, Oost Gelderland en Twente). Alle houden zich bezig met actuele informatie over het zorgaanbod en preventieve activiteiten. Daarnaast bestaan er klinieken die (onafhankelijk van een instelling) zorg en hulp bieden aan verslaafden. Deze klinieken bevinden zich in geheel Nederland en hebben veelal een religieuze of andere levensbeschouwelijke achtergrond.

Geschiedenis
Aanvankelijk bestond de hulpverlening aan verslaafden vooral uit hulp bieden bij afkicken en het verstrekken van methadon aan hero´neverslaafden. Vanaf de jaren '90 van de twintigste eeuw werd de hulp verder geprofessionaliseerd. Deze professionalisering was nodig omdat inzichten in de verslavingsproblematiek veranderden, het drugsprobleem steeds groter werd - mede door de opkomst van 'nieuwe' middelen als coca´ne en amfetamine (speed) - en doordat verslaafden in veel gevallen multidrugsgebruikers blijken te zijn en steeds vaker naast een verslavingsprobleem ook psychische problemen hebben, al dan niet veroorzaakt door het gebruik van drugs, alcohol of medicatie.

De instellingen voor verslavingszorg bieden een breed pakket aan verschillende vormen van hulpverlening. Naast de nog steeds bestaande methadonverstrekking en afkickklinieken wordt er psychosociale hulp aangeboden, zijn er dag- en deeltijdbehandelingen, wordt er hulp geboden op gebied van financiŰn en resocialisatie, zijn er activiteitenprogramma's voor verslaafden en zijn er klinieken waar verslaafden een zogenaamde 'time-out' kunnen hebben om weer op krachten te komen. Daarnaast wordt aandacht gegeven aan preventie en voorlichting en wordt informatie gegeven aan partners en familieleden van verslaafden.


Ontwikkelingen
In de jaren '70 van de twintigste eeuw kwamen hulpverleners tot het besef dat het gebruik van hero´ne voor grote problemen zorgt bij de verslaafden. Naast de verslaving zelf, was en is er bij de gebruikers sprake van ernstige zelfverwaarlozing en problemen op tal van leefgebieden waaronder het ontbreken van medische zorg, financiŰle problemen en op het gebied van huisvesting (dakloosheid). In de Verenigde Staten werd aan hero´neverslaafden methadon voorgeschreven, een opiaat bedoeld om af te kunnen kicken van hero´ne. Vanaf eind jaren '70 werd ook in Nederland methadon verstrekt. Na verloop van tijd bleek dat methadon vooral gebruikt werd als onderhoudsdosering zodat de verslaafden geen afkickverschijnselen kregen. Er ontstond een illegaal circuit waarin methadon werd doorverkocht om op die manier aan geld te kunnen komen voor hero´ne. Methadon wordt nog steeds verstrekt als onderhoudsdosering en tevens als middel om vanuit de hulpverlening contact te kunnen onderhouden met verslaafden. Als afkickmiddel is het slechts in sommige gevallen geschikt.

In de jaren '90 van de twintigste eeuw kwam het middel coca´ne sterk in opkomst, eerst in het zogenaamde yuppiecircuit. Al snel belandde coca´ne op 'straat'. Er kon goed aan worden verdiend en in tegenstelling tot hero´ne heeft de gebruiker steeds vaker coca´ne nodig om zich 'goed te voelen'. Verslaafden begonnen beide drugs te gebruiken, soms ook nog in combinatie met pillen en alcohol.

Met de opkomst van coca´ne bleek ook dat verslaafden te maken kregen met psychische stoornissen veroorzaakt door het middel. Daarnaast werd bekend dat patiŰnten met bijvoorbeeld een borderline stoornis en Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit (ADHD), na affectieve verwaarlozing in de jeugd, mishandeling en seksueel misbruik, in sterke mate neiging hebben om verslaafd te worden aan drugs, alcohol of medicatie. De complexiteit van de problemen nam toe waardoor de verslavingszorg zich steeds meer ging specialiseren en professionaliseren. Verslaafden worden niet alleen als cliŰnten maar in veel gevallen ook als patiŰnten gezien. Het voorschrijven van hero´ne onder medisch toezicht aan langdurige hero´neverslaafden sluit bij laatstgenoemde stelling aan. Eind jaren '90 van de twintigste eeuw besloot de overheid om aan een streng geselecteerde groep van verslaafden, hero´ne te verstrekken. Het Ministerie van VWS stelde een speciaal benoemde "Centrale Commissie Behandeling Hero´neverslaafden" in die in februari 2002 de volgende rapportage afleverde: Wat als experimenteel onderzoek begon is nu een vast onderdeel van hulpverlening in o.a. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Heerlen en een groot aantal andere gemeenten. Het onderzoek bracht naar voren dat bij de meeste verslaafden, die hero´ne op medisch voorschrift toegediend kregen, de leefomstandigheden op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied verbeterden. Behandeling van coca´neverslaafden is moeilijk. De drug heeft een sterke uitwerking op de psyche van de gebruiker en lijkt moeilijk te be´nvloeden. Het zijn vooral coca´neverslaafden die voor problemen zorgen: criminaliteit, agressiviteit en psychische stoornissen die voor overlast zorgen, waardoor deze verslaafden nogal eens in een politiecel belanden.

Binnen de verslavingszorg wordt veel 'outreachend' gewerkt. Dat betekent zoveel als dat hulpverleners niet meer wachten tot de verslaafde hulp zoekt, maar dat hulpverleners de straat op gaan om in contact te komen met verslaafden. EÚn van de doelgroepen die men probeert te bereiken zijn alcoholisten, die vaak 'stille' drinkers zijn, goed verborgen voor hun sociale omgeving, maar die wel te kampen hebben met grote problemen op tal van leefgebieden.

De tolerantie binnen de samenleving ten aanzien van drugsverslaafden is langzaam maar zeker afgenomen. De overlast welke junks, in het bijzonder in de grote steden, veroorzaken wordt door velen niet meer getolereerd. Men spreekt in dit verband ook wel over 'de harde aanpak'. Over de effecten hiervan zijn de meningen en (voor)oordelen verdeeld. De verslavingszorg ondervindt dit vooral bij de weerstand die geboden wordt in wijken waar opvangcentra, hostels en gebruikersruimten zijn of gepland zijn. Daarnaast speelt de zorg in op de ontwikkeling binnen de samenleving door samen te werken met politie en justitie om verslaafde criminele veelplegers onder drang een hulpverlenings- traject aan te bieden (verslavingsreclassering). Ook is er dwanghulpverlening waarin criminele verslaafden gedwongen worden af te kicken.

Binnen de verslavingszorg zijn maatschappelijk werkers, psychiaters en psychologen, artsen, verpleegkundigen, reclasseringsmedewerkers en vele andere hulpverleners werkzaam.



Uitbreiding justitiŰle zorgtrajecten
(Bron: Persbericht MvJ)

Het kabinet heeft op 17 juli 2007 in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd de kansrijke aanpak van criminele verslaafden uit te gaan breiden. Het aantal justitiŰle zorgtrajecten voor criminele verslaafden wordt verdubbeld naar 6.000 per jaar.

Justitie heeft te maken met een grote, diverse groep verslaafden: van ernstig verslaafde veelplegers tot first-offenders die onder invloed van alcohol een delict plegen. Circa 30 tot 40 procent van de justitiabelen kampt met verslavingsproblemen, vaak in combinatie met andere (psychiatrische) stoornissen en/of zwakbegaafdheid.

Het kabinet wil deze verslaafde delictplegers consequenter aansporen of zo nodig zelfs onder dwang toeleiden naar behandeling. Aan de basis van dit besluit liggen onder meer de succesvolle ervaringen met de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV) en internationaal onderzoek naar de effectiviteit van zorg onder justitiŰle drang.

Eind 2008 is een procesevaluatie verschenen. Meer hierover op onderstaande link:
(opent in dit venster) Ruim 40 procent van de SOV-deelnemers is na afloop als succesvol te beschouwen, in termen van delictgedrag, verslavingsproblematiek of het maatschappelijk functioneren. Ook uit recent internationaal onderzoek blijkt dat een behandeling in verplichtende kaders kan leiden tot minder criminaliteit en verslavingsproblemen.

Justitie heeft een breed scala aan mogelijkheden om dwang of drang toe te passen om verslaafden naar behandeling toe te leiden. Te denken valt aan bijzondere voorwaarden bij schorsing van de preventieve hechtenis, het deelnemen aan een penitentiair programma in de laatste fase van detentie of, als uiterst middel, de plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). In 2011 moet het aantal verslaafden dat jaarlijks onder justitiŰle drang naar (verslavings-)zorg wordt toegeleid, zijn verdubbeld van 3.000 naar 6.000. Dat kan door vaker gebruik te maken van de bestaande strafrechtelijke mogelijkheden, het zorgaanbod voor verslaafde justitiabelen te verbeteren en werk te maken van een goede aansluiting tussen Justitie en zorg. Concreet gaat het onder meer om:
  1. het verder verbeteren en maximaal benutten van de ISD-aanpak;
  2. een verruiming en verbetering van de toepassing van bijzondere voorwaarden bij (deels) voorwaardelijke sancties;
  3. het creŰren van passende zorgvoorzieningen voor justitiabelen die te maken hebben met een combinatie van verslavings- en psychische problematiek;
  4. verdere verbetering van de effectiviteit van verslavingszorgprogrammaĺs;
  5. het bevorderen van de continu´teit van zorg wanneer die zorg zowel tijdens als buiten justitieel kader nodig is.

Meer informatie hierover in de:
Cijfers
Hoewel Nederland de naam heeft een tolerant land te zijn ten aanzien van drugs, is het drugsprobleem minder groot dan in andere landen. Nederland telde in 2002 ongeveer 2,5 verslaafden (drugs, alcohol, medicatie, gokken) per 1000 inwoners. BelgiŰ telt 3 verslaafden per 1000 inwoners, Frankrijk 3,9; Spanje 4,9; ItaliŰ 6,4 en Luxemburg telt 7,2 verslaafden per 1000 inwoners. Verder zijn er in Nederland ongeveer 30.000 harddrugsverslaafden (hero´ne en/of coca´ne), hebben 800.000 mensen een probleem met alcoholgebruik of zijn er aan verslaafd en ongeveer 600.000 Nederlanders gebruiken chronisch slaap- en/of kalmeringsmiddelen. Vooral alcoholisten en medicatiegebruikers komen nauwelijks in aanraking met de verslavingszorg. Hun verslaving speelt zich in het verborgene af. (cijfers uit 2002 van het Trimbos Instituut).

Vanzelfsprekend mag voor ons in Twente de volgende verwijzing niet ontbreken:
(opent in dit venster) Met name in het kader van de methadon verstrekking in de regio wordt door de arrestantenverzorgers een nauw contact met TACTUS onderhouden.

¥¥¥
Richtlijn opiaatverslaafden
Op 5 juni 2007 had het Forensisch Medisch Genootschap de volgende richtlijn uitgegeven die de komende jaren in de praktijk kan worden gebracht.
 
Terug naar begin van deze pagina