Bron:
  • Archief van de Volkskrant
  • Doodsoorzaak alle kinderen op lijst

    Van onze verslaggeefster: Ellen de Visser

    AMSTERDAM - Lijkschouwers gaan voortaan de doodsoorzaak van alle minderjarigen vastleggen in een centraal register. In negen ziekenhuizen komen deskundigenteams die onverklaarbare sterfgevallen onderzoeken. Dit moet leiden tot een beter overzicht van het aantal kinderen dat overlijdt na mishandeling.

    Dat staat in een protocol over lijkschouwing bij minderjarigen dat op verzoek van drie ministeries is opgesteld door een commissie van artsen en juristen. Al jaren wordt gesuggereerd dat in Nederland jaarlijks 50 tot 80 kinderen na mishandeling overlijden. Maar die gegevens zijn slecht onderbouwd, zegt voorzitter Kees Das van het Forensisch Medisch Genootschap (FMG), die deel uitmaakte van de commissie. 'Ik denk dat het een veel te hoge schatting is.'

    Het kabinet wil dat artsen een sterfgeval met onbekende oorzaak voortaan melden bij deskundigenteams. Die moeten worden ondergebracht bij negen academische en topklinische ziekenhuizen.

    De teams moeten 24 uur per dag oproepbaar zijn en binnen drie dagen de doodsoorzaak vaststellen.

    Lijkschouwers krijgen ook zicht op alle gevallen van natuurlijke dood. Onduidelijk is of zij die zelf gaan beoordelen of slechts telefonisch bespreken met de arts. De Tweede Kamer buigt zich binnenkort over twee concurrerende wetsvoorstellen. Alle bevindingen van de lijkschouwers worden geregistreerd bij GGD Nederland, aldus Das.

    De huidige registratie van doodsoorzaken bij het Centraal Bureau voor de Statistiek klopt niet doordat artsen, ook als ze de doodsoorzaak niet weten, soms een verklaring van natuurlijke dood afgeven. Zij behoren in geval van twijfel een lijkschouwer te bellen, maar doen dat niet altijd.

    Van de 300 lijkschouwers heeft bovendien slechts de helft een opleiding gehad. Wettelijke kwaliteitseisen zijn hard nodig, meent Das, maar veel GGD's vinden scholing te duur.

    Het kabinet wil geen beroepseisen vastleggen. Das: 'Als iedere ongeschoolde arts mag blijven schouwen, worden verdachte sterfgevallen gemist.'


    Eerst bellen met de lijkschouwer

    ACHTERGROND: van onze verslaggeefster: Ellen de Visser

    AMSTERDAM - Als een kind overlijdt, is de oorzaak lang niet altijd helder. Om eventuele mishandeling te kunnen uitsluiten, wil het kabinet nieuwe regels. Daarover is niet iedereen enthousiast.

    Van de 1600 minderjarigen die jaarlijks overlijden, worden er zo'n 200 begraven of gecremeerd zonder dat hun doodsoorzaak vaststaat. Het kan zijn dat de huisarts de sporen van geweld niet herkent of zijn vermoedens niet met de ouders durft te bespreken. Het kan ook zijn dat geen sprake is van een misdrijf maar dat de arts niet kan achterhalen waaraan een kind is gestorven.

    Voor die groep onverklaarbare overlijdensgevallen wordt binnenkort de wet op de lijkbezorging aangepast. Regionale teams van deskundigen gaan zich bezighouden met 'nodo': nader onderzoek doodsoorzaak. De teams bestaan uit een forensisch arts, een kinderpatholoog en een kinderarts.

    Hulpverleners die bij het overleden kind betrokken zijn geweest, worden verplicht informatie te verstrekken. Als ouders toestemming weigeren voor een sectie, wordt de rechtbank ingeschakeld.

    Nu geeft de arts een overlijdensverklaring af als hij overtuigd is van een natuurlijke dood. Bij vermoedens van een niet-natuurlijke dood belt hij de lijkschouwer. Uit onderzoek blijkt dat die praktijk niet sluitend is: 80 procent van de artsen herkent sporen van mishandeling onvoldoende, 11 procent heeft bij twijfel wel eens een verklaring van natuurlijke dood afgegeven.

    Zes jaar geleden lieten de ministeries van Volksgezondheid en Justitie uitzoeken hoe de wet kan worden aangepast. Conclusie: schakel bij de dood van een kind altijd een lijkschouwer in. Dat ging veel artsen te ver. Kinderen overlijden vaak na een ziekte; een schouw heeft dan geen meerwaarde en is zwaar voor de ouders.

    Een commissie met vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, artsenorganisaties, gemeenten en lijkschouwers zocht daarom naar een compromis. Alleen als de doodsoorzaak van een kind overtuigend te verklaren is, mogen artsen een verklaring van natuurlijke dood afgeven.

    Zij moeten daarover wel telefonisch overleggen met de lijkschouwer. In alle andere gevallen moet de lijkschouwer langskomen, die het deskundigenteam bijeen roept (bij onverklaarbare situaties) of de officier van justitie inlicht (bij vermoedens van een niet-natuurlijke dood).

    Het kabinet heeft die suggestie al overgenomen in het wetsvoorstel dat onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd.

    PvdA-Kamerlid Khadija Arib is ervan overtuigd dat het kabinetsplan niets verandert omdat de arts de selectie over de doodsoorzaak blijft maken. Zij heeft zelf een wetsvoorstel ingediend waarin zij ervoor pleit om bij alle minderjarigen die overlijden een lijkschouwer in te schakelen.

    Voorzitter Kees Das van het Forensisch Medisch Genootschap (FMG), de beroepsvereniging van schouwartsen, is het met Arib eens. Hij is niet onverdeeld gelukkig met het compromis van de commissie waarvan hij zelf deel uitmaakte.

    Das noemt het kabinetsvoorstel 'teleurstellend'. Onduidelijk is welk ministerie de deskundigen gaat betalen. Niet bekend is bij welk deel van de rechtbank die deskundigen moeten aankloppen als ouders niet willen meewerken. En beroepseisen voor schouwartsen worden niet nodig geacht.

    Er bestaat immers een register van schouwartsen, aldus het kabinet, en artsenorganisatie KNMG heeft een stappenplan voor lijkschouwers op papier gezet.

    Maar dat register is niet actueel, zegt Das, en het stappenplan blijkt een foldertje met algemene aanwijzingen. Het FMG heeft een opleiding opgezet die veertig dagen duurt. Schouwen is een vak, zegt Das en het kabinet moet daar geld voor over hebben. 'Anders blijft het net zo rommelig als het is.'

    Een manco in beide wetsvoorstellen, zegt Das, is de falende controle op de telefonische meldingen aan de lijkschouwer, in geval van een natuurlijke dood. Dat is volgens hem te verhelpen door te bepalen dat de burgerlijke stand bij minderjarigen alleen een overlijdensverklaring van een schouwarts accepteert.


    Terug naar begin van deze pagina