Uitgebreide achtergrond informatie hebben we geplaatst op:

Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Bron: De officiële tekst van deze regeling

Opmerkingen:
De rol van de Burgemeester als 'korpsbeheerder' (komt in deze regeling niet voor) is per 1 januari 2013 definitief verdwenen door een wijziging van de Politiewet.
Een wijziging voor deze regeling is op 1 januari 2013 in werking getreden:
Zie: Publicatie in Staatscourant van 23 oktober 2012.
Het Besluit beheer regionale Politiekorpsen is ingetrokken.
In onderstaande tekst zijn opmerkingen toegevoegd door de FOMAT.


Hoofdstuk 1. Algemeen



Artikel 1

................................................................................

3.In dit besluit wordt verstaan onder:

..........................

g. de arts: de dienstdoend adviserend arts

...........................

4.In dit besluit wordt onder ingeslotene verstaan degene die rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Onder ingeslotene wordt mede verstaan degene die ten behoeve van de hulpverlening aan hem op het politie- of brigadebureau is ondergebracht.




Hoofdstuk 5. Hulpverlening



Artikel 24

 

  1. De ambtenaar draagt er zorg voor personen met lichte verwondingen, ziekteverschijnselen en personen ten aanzien van wie twijfel op dit punt bestaat, de weg te wijzen naar een huisarts of naar een E.H.B.O.-afdeling van een ziekenhuis. Indien dat noodzakelijk is, verleent de ambtenaar bemiddeling bij het verkrijgen van passend vervoer.
  1. De ambtenaar draagt er zorg voor dat personen met ernstige verwondingen en bewustelozen, waar onder mede worden verstaan personen die niet wekbaar of niet aanspreekbaar zijn, per ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd. De gegevens omtrent aard en omstandigheden van de gebeurtenis die tot de ziektetoestand heeft geleid, alsmede de op de persoon aangetroffen medische gegevens en geneesmiddelen, worden door hem ter beschikking van de medische hulpverleners gesteld.

Artikel 25

 

  1. De ambtenaar draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat personen die door drankgebruik, dan wel door andere oorzaken, onmiddellijk gevaarlijk zijn, hetzij voor de openbare orde, veiligheid, of gezondheid, hetzij voor zichzelf, op de meest geschikte wijze van openbare plaatsen als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties, worden verwijderd. Onder openbare plaatsen worden mede verstaan vervoermiddelen die zich bevinden op deze plaatsen, een en ander voor zover niet gebezigd als woning.
  1. De ambtenaar draagt personen als bedoeld in het eerste lid over aan het eigen zorgkader, voor zover de omstandigheden zulks toelaten. Zij kunnen bij het ontbreken van opvangmogelijkheden elders, bij wijze van hulpverlening, op het politie- of brigadebureau worden ondergebracht, indien dit nodig is voor hun bescherming en dit niet tegen hun wil geschiedt.
  1. Voor personen als bedoeld in het eerste lid, van wie bekend is dat zij geestelijk gestoord zijn of die geestelijk gestoord lijken, waarschuwt de ambtenaar de arts, nadat zo mogelijk getracht is contact te zoeken met de eigen huisarts.


Hoofdstuk 6. Maatregelen jegens ingeslotenen



§ 1. Algemeen




Artikel 26


Vervallen sinds 1 januari 2013:

  1. De ambtenaar handelt jegens de ingeslotene overeenkomstig het gestelde bij of krachtens artikel 15 van het Besluit beheer regionale Politiekorpsen.
  1. De ambtenaar registreert de gegevens die krachtens artikel 15, zesde lid, van het Besluit beheer regionale Politiekorpsen zijn aangewezen.
Opmerking FOMAT:
Volgens een mededeling in het Staatsblad van 12 oktober 2012 worden de bovenstaande bepalingen in Artikel 26 per 1 januari 2013 vervangen door gelijkluidende bepalingen zoals voorheen (nog) opgenomen in artikel 15 van het Besluit beheer regionale Politiekorpsen.
De FOMAT acht het in strijd met internationale verdragen om dit op deze wijze te delegeren naar de 'uitvoerende macht' van de korpschef van de nationale politie.

Het nieuwe Artikel 26 sinds 1 januari 2013:

(accentueringen toegevoegd door de FOMAT)

  1. De korpschef treft voorzieningen opdat de ingeslotene in ieder geval beschikt over:
    1. slaapgelegenheid,
    2. eten en drinken in overeenstemming met medische en levensbeschouwelijke of godsdienstige eisen,
    3. sanitair,
    4. noodzakelijke medische zorg en
    5. informatie over de gang van zaken in het politiecellencomplex
  1. Tenzij het politiecellencomplex geen luchtplaats heeft, draagt de korpschef er zorg voor dat de ingeslotene tweemaal daags wordt gelucht.
  1. In verband met het eerste lid, onder d, treft de korpschef een regeling met artsen in de regio ten einde van hulp verzekerd te zijn voor de medische zorg van ingeslotenen.
  1. Met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde treft de korpschef een regeling met betrekking tot het roken, de ontspanning, het telefoneren en het ontvangen van bezoek van de ingeslotene.
  1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de inrichting van een politiecellencomplex.
  1. Bij ministeriële regeling worden de gegevens over ingeslotenen aangewezen die door de ambtenaar worden geregistreerd.
  1. In geval van overlijden of poging tot zelfdoding van een ingeslotene draagt de korpschef er zorg voor dat het openbaar ministerie hiervan onverwijld in kennis wordt gesteld.
  1. De ambtenaar handelt jegens de ingeslotene overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel.
Opmerking FOMAT:
Het benoemen van een Commissie van Toezicht op voordracht van (nota bene !) regionale politiechefs is in strijd met internationale verdragen.....
Hoe wordt de 'onafhankelijkheid' van dergelijke commissies geborgd?
De (regionale) politiechefs moeten de commissies betalen.....

Artikel 27



  1. Voor zover het bij of krachtens het Wetboek van Strafvordering bepaalde zich hiertegen niet verzet stelt de ambtenaar een familielid of een huisgenoot van een ingeslotene zo spoedig mogelijk op de hoogte van de insluiting. In het geval de ingeslotene minderjarig is, doet hij dit uit eigen beweging, indien de ingeslotene meerderjarig is, doet hij dit slechts op verzoek van de ingeslotene.
Opmerking van de FOMAT:

"Hoe vaak wordt een «kindcheck» ingezet bij kinderen van gedetineerde moeders?"

"De politie controleert bij een arrestatie altijd of kinderen aanwezig zijn en, zo ja, of zij verantwoord opgevangen kunnen worden. In alle penitentiaire inrichtingen wordt bij binnenkomst de «kindcheck» uitgevoerd, om in beeld te brengen of sprake is van minderjarige kinderen en of voor hen goede zorg is geregeld.
Ook de gemeenten worden betrokken bij het in beeld brengen van de zorg voor kinderen van gedetineerden.
In het kader van nazorg en re-integratie meldt de penitentiaire inrichting binnen twee werkdagen na aanvang van de detentie van zowel vrouwelijke als mannelijke gedetineerden aan de gemeente waarin zij ingeschreven staan dat hij of zij is gedetineerd. De gemeente wordt daarbij gevraagd binnen vijf dagen gegevens te verstrekken over onder andere de eventuele verantwoordelijkheid en/of zorg voor kinderen van de gedetineerde.
Deze werkzaamheden ten behoeve van de kindcheck zijn onderdeel van de reguliere personeelsinzet, waarvoor geen afzonderlijke kosten geraamd zijn."
Bron: 16 november 2012: Toelichting begroting voor 2013 (zie vraag 110)


  1. Indien de omstandigheden de uitvoering van het eerste lid niet toelaten bij een ingeslotene die geen ingezetene is, wordt de ambassade of het consulaat van het land waarin de ingeslotene ingezetene is, op de hoogte gesteld van de insluiting.


§ 2. In bewaring nemen van kleding en voorwerpen




Artikel 28



  1. De ambtenaar onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting op het politie- of brigadebureau, door het aftasten en doorzoeken van diens kleding op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen.
  1. Bij het aantreffen van voorwerpen als bedoeld in het eerste lid, neemt de ambtenaar deze in bewaring.
  1. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen.

Artikel 29

 

  1. De ambtenaar kan slechts van de ingeslotene verlangen dat deze zich ontkleedt indien:
    1. de kleding tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of van anderen kan vormen en een hulpofficier van justitie daarvoor toestemming heeft gegeven;
    2. de kleding tijdens de insluiting naar het oordeel van de arts een gevaar voor de gezondheid van betrokkene of van anderen kan vormen.
  1. De ambtenaar neemt de kleding, bedoeld in het eerste lid, in bewaring en draagt zorg voor vervangende kleding.

Artikel 30

 

  1. De ambtenaar die een onderzoek als bedoeld in artikel 28, eerste lid, heeft uitgevoerd, maakt hiervan onverwijld schriftelijk rapport op ten behoeve van de meerdere.
  1. De ambtenaar tekent nauwkeurig alle voorwerpen en kledingstukken die hij in bewaring heeft genomen, op. Bij voorwerpen van een geringe omvang en waarde kan worden volstaan met een globale aanduiding.
  1. Een afschrift van de aantekening, bedoeld in het tweede lid, wordt door de ingeslotene en de ambtenaar ondertekend en aan de ingeslotene overhandigd.


§ 3. Permanente camera-observatie



Artikel 31

 

  1. De ambtenaar kan de ingeslotene na toestemming van de hulpofficier van justitie aan permanente camera-observatie onderwerpen.
  1. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, is slechts geoorloofd in die gevallen waarin sprake is van een zodanige dreiging van gevaar voor het leven of de veiligheid van de betrokkene dat doorlopende controle ter afwending van dit gevaar noodzakelijk is.
  1. De ambtenaar doet aan de betrokkene mededeling van de permanente camera-observatie en maakt aantekening van de permanente camera-observatie.


§ 4. Medische bijstand



Artikel 32

 

  1. In het geval er aanwijzingen zijn dat een ingeslotene medische bijstand behoeft dan wel er bij deze persoon medicijnen zijn aangetroffen, overlegt de ambtenaar met de arts. De ambtenaar overlegt eveneens met de arts indien de ingeslotene zelf om medische bijstand of medicijnen vraagt.
  1. In het geval de ingeslotene vraagt om medische bijstand van zijn eigen arts, stelt de ambtenaar die arts daarvan op de hoogte.
  1. In het geval de ingeslotene te kennen geeft geen medische hulp te willen hebben, terwijl er aanwijzingen zijn dat medische bijstand gewenst is, waarschuwt de ambtenaar de arts en deelt hij deze de houding van de ingeslotene mee.

Artikel 33

 

De ambtenaar mag aan de arts bij het onderzoek en de behandeling geen beperkingen opleggen. Hij volgt de aanwijzingen op die de arts over de zorg voor de gezondheid van de ingeslotene geeft en registreert de door de arts gegeven aanwijzingen.


Artikel 34

 

  1. De ambtenaar controleert de ingeslotene regelmatig met dien verstande dat:
    1. in het geval de arts is gewaarschuwd, de ingeslotene ten minste elk kwartier in de cel wordt gadegeslagen;
    2. in het geval medische hulp is verstrekt, de ingeslotene zo vaak wordt geobserveerd als de arts heeft voorgeschreven
    3. in het geval geen medische hulp noodzakelijk wordt geacht, de ingeslotene eenmaal per twee uur wordt gadegeslagen
  1. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, observeert de ambtenaar in de cel en aan de persoon, waarbij hij vooral acht slaat op de mate waarin de ingeslotene wekbaar en aanspreekbaar is. Personen die in een toestand geraken waarin zij niet wekbaar of aanspreekbaar zijn, worden terstond per ambulance naar een ziekenhuis vervoerd.
  1. De ambtenaar registreert de observaties, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 35

 

Bij overplaatsing van de ingeslotene geeft de ambtenaar de geneesmiddelen, de registraties, bedoeld in de artikelen 26, tweede lid, 33 en 34, derde lid, voor zover die van belang kunnen zijn, en de rapportage van de arts, die bestemd is voor een arts die de behandeling zal overnemen, mee.

  • 10 mei 2014: Zorg in de cel
    De noodzakelijke overdracht van gegevens zou niet altijd geschieden
    Hiervoor zou een wijziging van deze ambtsinstructie nodig zijn

§ 5. Invrijheidstelling



Artikel 36

 

De ambtenaar zorgt ervoor dat bij de invrijheidstelling van een persoon die zichzelf niet kan verplaatsen, vervoer en begeleiding voor die persoon beschikbaar is.




Terug naar begin van deze pagina